English summary

Blog Minze Walvius: traditioneel verkeersbeleid houdt innovatie tegen

30 jul '19

Minze Walvius is een veelzijdig ondernemer, adviseur en projectontwikkelaar in het werkveld van mobiliteit en bereikbaarheid. In deze blog voor Panorama Lokaal beschrijft hij hoe het traditioneel verkeersbeleid innovatie tegenhoudt. ‘Wie wil er niet wonen aan een park, een plein of een waterpartij? Deze locaties zijn niet voor niets het duurst. Waarom wonen er dan zoveel mensen aan een parkeerplaats?”


Wat een ruimteverspilling door de auto. In het licht van de toekomst zijn de wijken uit de jaren ‘60, ‘70 en ‘80 een toonbeeld van hoe het niet moet. ’s Ochtends vertrekt iedereen met de auto naar het werk, ’s avonds keert men terug. Auto’s passeren elkaar maar nauwelijks, maar intussen beslaan de te brede ongebruikte straten veel ruimte. En in de avond staat het vol, want de garage is verbouwd tot studeerkamer of speelkamer. Zo zijn we het gewend. Iedereen wil voor de deur parkeren, maar niemand beseft hoe onnavolgbaar duur en onnodig dit is.

Terugdraaien lijkt lastig. Maar ik ben optimistisch. Kijk naar het fenomeen speelstraten in Gent (Vlaanderen). Daar zijn gedurende een week lang de auto’s en parkeerplaatsen ingeruild voor bankjes en barbecues. Na die week wilde niemand de straat terug. Experimenteren, laten zien en voelen hoe het anders kan, dat zorgt voor gedragsverandering.

Transitie

Een transitie op ruimteverdeling en mobiliteit moet je op het niveau van de wijk inzetten. Hoe ingewikkeld is het eigenlijk? Als we met z’n allen beslissen dat die auto niet voor de deur staat maar honderd meter verderop komt de ruimte vrij voor wandelaar en fietser. Bedenk ook hoeveel ruimte je creëert als je alle logistieke voorzieningen concentreert bij wat we Mobipunten noemen. Hier vind en stal je je deelfiets en deelauto, hier staan ook de vuilcontainers en de bushalte is er vlakbij. Je kunt het uitbreiden met andere services, zoals pakketcentra.

Herverkaveling

Mijn droomscenario begint met het geven van een extreme herverkavelingsopdracht aan ontwerpers om de gehele ruimte in de wijk opnieuw in te richten. We moeten nadenken over alle ‘loze’ ruimte, niet alleen autostraten maar ook de voortuintjes waar je zo weinig mee kunt. Dit ontwerpproces geeft inzicht in wat er mogelijk is. Maak bijvoorbeeld gezamenlijke parkachtige buitenterreinen. Bedenk dat de nieuwe generatie gewend is om te delen. Zij delen hun auto en zelfs hun bed/appartement via apps. Deze dertigers schuiven straks door naar de prijsvraagwijken.

Innovatie

De overheid moet dan wel wat meer bewegen. We schrijven infrastructuur nu eenmaal niet graag af. Traditioneel verkeersbeleid en ontwerp - de parkeernorm is in beton gegoten - houdt innovatie tegen. Terwijl in nieuwbouwwijken bewoners actief worden in mobiliteits VVE’s. Huiseigenaren beslissen daarin coöperatief over hun eigen mobiliteit in relatie tot de ruimte die het inneemt. Zij gaan hierdoor beseffen wat die parkeerplaats en eigen auto hun kost. Geld en ruimte kan dan aan andere zaken besteed worden.

Potentie

Ik heb nog meer droomscenario’s. Net als de straten ligt het water er grotendeels ongebruikt bij. We spelevaren nu op het water, maar er kan zoveel meer: woon/werkverkeer, afval vervoeren en waarom geen onderwater buizensysteem voor pakketpost? Nog afgezien van de rol die kanalen, sloten en plassen kunnen spelen bij de waterbergingsopgave.

Laten de teams die straks aan het werk gaan, beginnen met de openbare ruimte te inventariseren. Zij zullen schrikken van de verhouding asfalt, parkeren en groen. Tegelijk brengen zij zo de potentie in beeld: er is zoveel ruimte voor leefbaarheid, klimaatmaatregelen en wellicht zelfs nieuwe woningen.'
Minze Walvius