English summary

Blog Daan Zandbelt: de buitenwijk als springplank

30 jul '19

Architect en stedenbouwkundige Daan Zandbelt is sinds september 2016 Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving. Als lid van het College van Rijksadviseurs is hij één van de initiatiefnemers van Panorama Lokaal. In deze blog beschrijft hij de kansen voor de wijken aan de randen van de stad. ‘Buitenwijk en buitengebied hebben elkaar veel te bieden, maar zij kennen elkaar niet zo goed.’


De buitenwijk is van oudsher op de stad georiënteerd. Wie er niet woont komt er niet en wie er wel woont definieert de wijk in termen van afstand tot de stad: ‘’Ik woon tien minuten fietsen van het centrum’’. Een bewoner zegt nooit: ‘’Ik woon aan het buitengebied’’.

Het buitengebied is altijd wat op zichzelf. De rand is vaak een beetje een rommel. Wel leuke rommel, met volkstuinen, kleine recreatie- en natuurgebieden, begraafplaatsen.De prijsvraag kan het perspectief draaien, want buitenwijken zijn ook springplanken. Wie in Spijkenisse woont, woont niet bij de laatste metrohalte, maar aan het begin van de delta. Wie in Gein woont, woont niet alleen in de probleemwijk Zuid-Oost maar ook naast het gelijknamige riviertje en prachtig natuurgebied bij Abcoude, naast de A2 en vlakbij Schiphol. Midden in de Randstad. Er liggen drie schitterende fietspaden naar buiten, maar bijna niemand gebruikt ze.

Het Schuifhuis

In de wijken uit de jaren ’60, ’70, ’80 wonen nog veel eerste bewoners. Zij hebben het best naar hun zin, maar tegelijk verlangen zij stiekem wel naar een andere (lees: kleinere en comfortabeler) woning. Naast de vergrijzing en de monocultuur spelen er ook energetische kwesties. Wat nu, als we deze kunnen koppelen aan de grote opgaven waar we in Nederland voor staan op het gebied van woningbouw, energie en klimaat? Vanuit die gedachte heb ik het idee van het Schuifhuis bedacht. Het Schuifhuis is een appartementencomplex van zo’n honderd woningen, te bouwen in de buurt. Eerst gebruiken we het om bewoners te huisvesten die tijdelijk hun huis verlaten, zodat je zelfs per straat alle huizen in een keer toekomstklaar kan maken qua energie en duurzaamheid. Tegelijk kun je dan de openbare ruimte opnieuw inrichten.

Het Schuifhuis is een verleidingsstrategie. Bewoners gaan er wonen omdat zij de voordelen inzien. Misschien blijkt het wel zo goed te bevallen dat (oudere) mensen besluiten hun huis te verruilen voor een appartement, zodat eengezinswoningen vrijkomen. Het Schuifhuis is zo tegelijk een aanjager van vernieuwing en een permanente verrijking van het woningaanbod in de wijk.

Samenwerken

Een nieuwe blik op de wijken en een nieuw, eigen gezicht voor de wijken, dat kan de prijsvraag bewerkstelligen. De wijken hebben de tijd mee. Er is momentum. Vijftig jaar is er weinig veranderd, maar nu is de generatie die er opgroeide en vervolgens wegtrok aan zet. Mensen hebben altijd een specifieke waardering voor dingen uit hun kindertijd.

‘De ontwerpers, maar ook de woningbouwcorporaties en natuurorganisaties kunnen de ruime opzet, de landschappelijke kwaliteiten, die nu grotendeels verborgen blijven naar boven halen. Zij kunnen op allerlei manieren de monocultuur die deze wijken nu typeert, doorbreken. Samen met de bewoners ontdekken dat het leggen van verbanden leuk en kansrijk is, dat samenwerken nieuwe perspectieven doet openen.'
Daan Zandbelt is Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving